Je bent een bovenbouwleerling en je doet dit jaar geen examen.

Kies hieronder waarover je informatie wil inzien.

In de bovenbouw kijken we in de bevorderingsnormen naar tekorten, net als bij de ZAK-SLAAG-regeling. In
deze leerlagen is er geen sprake van SE/CE. Wel zijn er testen (vergelijkbaar met het CE), andere vormen
van toetsing (vergelijkbaar met het SE) en een eindcijfer van periode A, dat meetelt in het cijfer voor
periode B/C (vergelijkbaar met het SE).

Als we de analogie van de aanpassingen voor SE-CE doortrekken, geldt voor deze leerlagen het volgende:

– Leerlingen zijn bevorderd als ze aan de reguliere bevorderingsnormen voldoen.
– Leerlingen zijn bevorderd als ze door duimoplegging bij 1 vak (uitgezonderd de kernvakken) alsnog
aan de bevorderingsnormen voldoen. Dit cijfer moet minimaal een eindcijfer 4 zijn. Leerlingen
krijgen een INHAALPROGRAMMA in het volgende leerjaar opgelegd voor dit vak, indien ze het
vak in het erop volgende leerjaar kiezen/verplicht volgen. (Coronaregel)
– Dit INHAALPROGRAMMA in het volgende leerjaar dient met een V te worden afgerond.
– De 5,5 gemiddeld voor de laatste testweek blijft van kracht, het cijfer waar de vinger op wordt
gelegd, telt niet mee in de berekening van de 5,5.
– Bij de kernvakken wordt de regeling van maximaal 1 x 5 vervangen door:
– In de kernvakken mag een leerling maximaal 1 x 4 of 2 x 5 als eindcijfer hebben, waarbij
voor het vak met de 4, of voor 1 van de 2 vijven een INHAALPROGRAMMA in het
volgende leerjaar wordt opgelegd.
– De testcijfers voor de kernvakken tellen ten allen tijde mee in de berekening van de 5,5 voor
de laatste testweek

De herkansingsregeling wordt uitgebreid:

– Alle leerlingen hebben na afloop van de laatste testweek de mogelijkheid TWEE van de PTAtoetsen
of TWEE testen uit de laatste testweek te herkansen.

Voor de bevordering van 4 naar 5 havo zijn de cijfers van Nederlands, Engels, de 4 profielvakken, het vak
in de vrije ruimte, het combinatiecijfer (maatschappijleer en CKV) en het aantal minpunten van belang. Het
cijfer 5 levert 1 minpunt op, het cijfer 4 levert 2 minpunten op, het cijfer 3 levert 3 minpunten op en het cijfer
2 levert 4 minpunten op. Het eindcijfer 1 wordt niet gegeven.

1. De leerling heeft geen of 1 minpunt of de leerling heeft 2 minpunten en het gemiddelde van de eindcijfers
(op hele getallen afgerond) van de 8 genoemde vakken is minstens 6,0.

2. Het gemiddeld testcijfer van de vakken die meetellen bij de bepaling van het gemiddeld testcijfer in
periode C is 5,5 of hoger (zie bijlage voor de vakken). NB: In die gevallen waarin een leerling net niet
voldoet aan de eis van gemiddeld testcijfer 5,5 in periode C (5,4 en 5.3) en het gemiddelde testcijfer van
periode A en het gemiddelde testcijfer van periode B wèl een 5,5 zijn, wordt de leerling in bespreking
gebracht.

3. Voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde mag maar 1 x 5 behaald worden, terwijl voor de
overige twee kernvakken een cijfer hoger dan 5 behaald moet worden.

Voor de bevordering van 4 naar 5 vwo zijn de eindcijfers van Nederlands, Engels, de 2e moderne vreemde
taal of klassieke taal, de 4 profielvakken, het vak in de vrije ruimte en het aantal minpunten van belang. Het
cijfer 5 levert 1 minpunt op, het cijfer 4 levert 2 minpunten op, het cijfer 3 levert 3 minpunten op en het cijfer
2 levert 4 minpunten op. Het eindcijfer 1 wordt niet gegeven.

1. De leerling heeft geen of 1 minpunt of de leerling heeft 2 minpunten en het gemiddelde van de eindcijfers
(op hele getallen afgerond) van de 8 genoemde vakken is minstens 6,0.

2. Het gemiddeld testcijfer van de vakken die meetellen bij de bepaling van het gemiddeld testcijfer in
periode C is 5,5 of hoger (zie bijlage voor de vakken). NB: In die gevallen waarin een leerling net niet
voldoet aan de eis van gemiddeld testcijfer 5,5 in periode C (5,4 en 5.3) en het gemiddelde testcijfer van
periode A en het gemiddelde testcijfer van periode B wèl een 5,5 is, wordt de leerling in bespreking
gebracht.

3. Voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde mag maar 1 x 5 behaald worden, terwijl voor de
overige twee kernvakken een cijfer hoger dan 5 behaald moet worden.

4. CKV (alleen voor atheneumleerlingen) en maatschappijleer zijn aan het einde van het schooljaar nog niet afgesloten. De cijfers staan op de lijst, maar tellen niet mee voor de overgang.

Voor de bevordering van 5 naar 6 vwo zijn de eindcijfers van Nederlands, Engels , de 2e moderne vreemde
taal of klassieke taal, de 4 profielvakken, het vak in de vrije ruimte, het combinatiecijfer (CKV (alleen voor
atheneumleerlingen) en maatschappijleer) en het aantal minpunten van belang. Het cijfer 5 levert 1 minpunt op, het cijfer 4 levert 2 minpunten op, het cijfer 3 levert 3 minpunten op en het cijfer 2 levert 4 minpunten op. Het eindcijfer 1 wordt niet gegeven.

1. De leerling heeft geen of 1 minpunt of de leerling heeft 2 minpunten en het gemiddelde van de eindcijfers
(op hele getallen afgerond) van de 9 genoemde vakken is minstens 6,0.

2. Het gemiddeld testcijfer van de vakken die meetellen bij de bepaling van het gemiddeld testcijfer in
periode C is 5,5 of hoger (zie bijlage voor de vakken). NB: In die gevallen waarin een leerling net niet
voldoet aan de eis van gemiddeld testcijfer 5,5 in periode C (5,4 en 5.3) en het gemiddelde testcijfer van
periode A en het gemiddelde testcijfer van periode B wèl een 5,5 is, wordt de leerling in bespreking
gebracht.

3. Voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde mag maar 1 x 5 behaald worden, terwijl voor de
overige twee kernvakken een cijfer hoger dan 5 behaald moet worden.

Alle leerlingen hebben na afloop van elke testweek de mogelijkheid één van de PTA-toetsen of één test uit
de betreffende testweek te herkansen.
Als een leerling na de derde testweek in havo 4, vwo 4 en vwo 5 de bovenstaande herkansingsregeling
heeft moeten gebruiken voor een niet-PTA-test om zo alsnog aan de bevorderingsnorm te voldoen, wordt
bij aanvang van de cursus havo 5, vwo 5 en vwo 6 de mogelijkheid tot reparatie van een PTA-test uit de
laatste periode van het jaar havo 4, vwo 4 of vwo 5, conform het PTA, aangeboden.